In memoriam: Alberto Uderzo (1927-2020)

532px-uderzo

Tot onze grote verbazing kregen we bericht dat Alberto Uderzo is overleden.

Hij had de reputatie Ferrari’s te verzamelen, maar had ook enkele straaljagers, bij elkaar getekend met vooral de reeks over de Galliër Asterix, die samen met zijn grote vriend Obelix (in een kom toverdrank gevallen toen hij nog een kind was), de Romeinen van zich afhield en hopeloos belachelijk maakte.

De reeks werd geschreven door Uderzo’s vriend René Goscinny, een andere reus uit de stripwereld: hij was ook scenarist van Lucky Luke en stond mee aan de basis van het Amerikaanse cartoonblad Mad in de periode dat hij in de VS was.

Met Charlier, bekend van Buck Danny, tekende Uderzo ook de pilotenstrip Tanguy en Laverdure, maar door het grote succes van Asterix beperkte hij zich vanaf 1967 tot die reeks.

Samen met René Goscinny maakte hij ook de serie Oumpah Pah le Peau-Rouge (Hoempa Pa).

Uderzo heeft ook enkele lintjes gekregen. Eerst in 1985 in Frankrijk, waar hij de Ordre national du Mérite kreeg, en waar hij in 2013 werd gepromoveerd tot Officer. Daarna ook in Nederland, waar hij in 2006 werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Underzo werd zelfs gelauwerd wegens zijn betekenis voor het historisch en klassiek onderwijs in Nederland, en voor zijn bijdrage aan de Europese eenwording en het onderlinge respect voor andere culturen.

Albert Uderzo werd geboren te Fismes (Frankrijk) op 25 april 1927 en overleed te Neuilly-sur-Seine (Frankrijk) op 24 maart 2020 door een hartaanval in zijn slaap.

In memoriam: René “Ref” Follet, door Hervé Louinet

rené-follet-edmund-bell

Goeiedag?
Nee, de dag is helemaal niet goed.
Er is triestig nieuws.
Ik had, heb en zal altijd bewondering hebben voor zijn stijl, zijn grafische interpretatie.
Ik had het grote geluk om voor een artikel over de illustators van Jean Ray voor BDZoom René Follet telefonisch te spreken.
Hij kreeg slechts zelden bezoek voor intervieuws, en hij had geen toegang tot internet en evenmin een e-mail-adres.
Hij was een onvoorstelbaar en verbazend vriendelijke en bescheiden heer.
We besloten uiteindelijk om het interview via de post te doen: ik stuurde hem mijn vragen, en hij antwoordde per brief.
En zijn antwoorden waren zeker niet kort of kortaf.
Ik zond hem ten slotte het artikel, dat hij nakeek. Hij bracht enkele correcties aan, maar bovendien had hij subtiel in de enveloppte een foto gestopt van hemzelf en een schets die hij pas had gemaakt van Edmund Bell om het artikel te illustreren.
Hij sloot zijn brief af met een beleefdheidsformule waarin hij “bedankte voor de belangstelling die u voor mijn werk hebt.”
Een onvergetelijk moment.

Ik wil bij deze gelegenheid ook een hommage brengen aan André Chéret (27 juni 1937, Parijs – 5 maart 2020, regio Parijs). Als lezer van Pif Gadget blijf ik voor hem een plaats in mijn hart houden.
Ik ontmoette hem kort op het stripfestival van Angoulême, lang geleden toen het alleen maar een festival van gepassionneerden was.
Deze sympathieke kunstenaar heeft toen een groot portret van Rahan voor me getekend.

Hervé Louinet,

vanmorgen klaar om naar Sri Lanka te vertrekken, maar halfweg naar de luchthaven teruggekeerd wegens de huidige en toekomstige onzekerhied om na de reis weer thuis te geraken.

In memoriam: René “Ref” Follet, door André Verbrugghen

rené-follet-edmund-bell

Over René Follet

Beste vrienden,

Als voormalig stripverzamelaar heb ik alleen maar mijn grote favorieten bewaard, en daaronder bevindt zich deze man, ongelooflijk vriendelijk en zeer bescheiden ondanks zijn grote talent.

Ik kon enkele jaren geleden een tentoonstelling van zijn werk bezoeken. Een groot deel van zijn tekeningen was nooit gepubliceerd. Daarin kon men een van de bewijzen van zijn immense talent ontdekken: hij hield van tekenen en deed dat met passie.

Het is overbodig om de klemtoon op zijn talent te leggen: hij kon alles tekenen: mensen, dieren, bomen, koetsen, huizen, interieurs… En hij had een bijzondere gave voor perspectief, waardoor hij zijn scheppingen tot leven wekte.

Hij streefde niet naar bekendheid, al had hij er recht op, veel meer dan anderen die populairder waren, terwijl hij vaak in de schaduw werkte.

De wereld verliest een zeer groot kunstenaar, en men kan alleen maar elke liefhebber van prachtige grafiek aanraden om zijn albums te verschaffen.

André Verbrugghen, gastschrijver, voorzitter van de Vriendenkring Jean Ray

In memoriam: René “Ref” Follet (1931-2020)

ren-follet

Ref werd wel eens de beroemdste onbekende tekenaar van het weekblad Tintin/Kuifje genoemd.

Hij was pas 14 jaar oud toen hij een reeks illustraties maakte voor Schatteneiland van Robert Louis Stevenson, die toen als kleurenillustraties in de verpakking van chocoladerepen werden uitgegeven in de reeks La bibliothèque du chocolat Aiglon. Hij begon toen al tijdschriftartikelen te illustreren.

Hij tekende in die tijd ook voor Plein Jeu, een tijdschrift van de Belgische scouts, waarin talrijke bekende namen debuteerden: Franquin, Mitacq, Peyo, Will.

Hij werkte ook voor Scouts de France. In 1956 illustreerde hij onder de naam Ref verschillende artikelen voor Loi scoute, en een kalender voor de Scouts Baden-Powell de Belgique.

Zijn werk voor de reeks De spannende verhalen van Oom Wim voor Spirou/Robbedoes vanaf 1951 was een belangrijke stap voorwaarts. Hij tekende daarna voor Tilleux. In 1977 werkte hij zelfs mee aan de Trombone illustrée.

Belangrijke reeksen waaraan hij meewerkte waren Jan Kordaat, De avonturen van Edmund Bell, De zingari en Joris Jaspers.

Hij tekende strips voor Vance: Bob Morane, Bruno Brazil en Bruce J. Hawker en hielp mee aan de eerste twee afleveringen van Marshall Blueberry.

In het begin van de jaren 2000 schiep hij samen met Duchâteau de tweedelige reeks Terreur, gebaseerd op het leven van Mme. Tussaud, en later werkte hij samen met de auteur Rodolphe om terug te keren naar Robert Louis Stevenson met Stevenson, le pirate intérieur.

Follet won de Grand Prix van de Chambre Belge des experts en bande dessinées (CBEBD) voor Terreur in 2003, en hij kreeg de ereprijs van het Huy Comics Festival in 2005.

Hij werd geboren in Sint-Lambrechts-Woluwe (België) op 10 april 1931, en stierf op 88-jarige leeftijd op 14 maart 2020 in Brussel (België).

 

In memorima: Guillermo Mordillo (1932-2019)

220px-mordillo_at_2012_frankfurt_bookfair

De naam Mordillo zegt misschien weinigen iets, maar hij was een van de bekendste cartoonisten van de 20e eeuw.

“Cartoonist” doet hem eigenlijk te kort. Zijn tekeningen waren verzorgd, terwijl veel cartoons maar op het blad lijken te zijn gegooid. Zijn werk is herkenbaar door de ronde driedimensionale stijl met kleurovergangen van lichte naar donkere tinten waarmee hij de volumes weergaf. Daardoor kan hij wel eens de inspiratiebron zijn geweest voor de stijl van veel hedendaagse tekenfilms. Van 1952 tot 1955 tekende hij trouwens zelf tekenfilms.

Maar ook inhoudelijk stijgt hij boven de gemiddelde cartoonist uit. Soms grappig, somis kritisch, soms poëtisch – een element dat er altijd wel wat inzit- en vaak wat melancholisch.

Hij is zo alomtegenwoordig geweest dat velen hem kennen, maar niet eens weten waarom. Zijn werk verscheen in heel veel tijdschriften, maar werd ook verspreid via prentkaarten, affiches en kalenders. Er verschenen ook boeken met zijn werk. Door zijn soms kritische inslag waren zijn tekeningen gewild voor posters in studentenkamers.

Guillermo Mordillo werd geboren te Buenos Aires, op 4 augustus 1932, en stierf op Mallorca in 29 juni 2019.

 

mordillo_individual

In memoriam: Patty Klein (1946 – 2019)

klein_erik_opa

Patty Klein is dood.

Patty wie?

Dat was de reactie van de meeste medewerkers van de blog, en dat verdient Patty Klein niet.

Ze was schrijver-dichter-scenarist, en werkte aan heel wat strips mee. Ze werkte fulltime als scenarist vanaf 1966, maar was buiten Nederland niet erg bekend. Vanaf 1973 schreef ze veel voor het meisjesblad Tina.

Ze is het bekendst voor Noortje, een onhandig meisje dat het hoofdpersonage werd voor een serie die ze in 1975 bedacht samen met Jan Steeman, een naam die vreemd genoeg bekender is. In 2016 liep de reeks al 41 jaar, waardoor het de langstlopende stripreeks in de Nederlanden was gemaakt door hetzelfde duo.

Onder de naam Patty Scholten publiceerde ze enkele dichtbundels. Haar echte naam was eigenlijk Patricia Cecilia Klein. Scholten was de familienaam van haar echtgenoot.

Ze werd geboren op 25 januari 1946 in Den Haag (Nederland), maar ze groeide op in Amsterdam (NL). Ze publiceerde verhalen en gedichten in het middelbareschoolblad. Toen ze twintig was, werd ze leerling van Andries Brandt van Marten Toonder Studio’s. Ze werkte aan bijna elke strip van de studio’s mee. Haar proefopdracht was het scenario van Tom Poes en de Woelwater. Ze schreef ook twintig gagstrips voor Panda. In die periode werkte ze mee aan scenario’s voor Walt Disney-strips die door Toonder werden geleverd, maar het meeste werk voor Toonder deed ze anoniem.

Ook voor de personages van Hanna-Barbera Yogi Beer, Cave Kids en De Flintstones schreef ze verhalen. Die werden opgenomen in het maandblad De Flintstones.

Andere stripbladen waarin haar werk verscheen, waren Sjors, Pep en Eppo, met verhalen voor o.a. Dino Attanasio (1973-1975).

Op haar 45e begon ze weer te dichten. Ze schreef vormvaste verzen, voornamelijk sonnetten en zeer veel daarvan gaan  over dieren, vaak geïnspireerd door haar vrijwillerswerk voor dierentuin Artis en door haar biologiestudies. Ze schreef ook een autobiografie in sonnetten.

Rekening houdende met haar enorme carrière als scenarioschrijfster, waarvan we hier maar enkele titels hebben vermeld, en de waardering voor haar sonnetten, is het vreemd dat haar naam niet bekender is.

Patty overleed na de revalidatie wegens een val in een verzorgingstehuis in Ede (NL), en stierf op 15 maart 2019.

Nominaties en prijzen:

Biografie van literair werk:

  • 1995 – Het Dagjesdier (Uitgeverij Atlas)
  • 1997 – Ongekuste kikkers (over dieren en mensen)
  • 2000 – Een tuil zeeanemonen (sonnettencyclus over de 17e-eeuwse VOC-koopman en bioloog Rumphius, die de dieren- en plantenwereld van de Molukken beschreef)
  • 2002 – Slapen zonder weerga (Uitgeverij Atlas)
  • 2004 – Bizonvoeten (Uitgeverij Atlas)
  • 2006 – Looiedetten (Uitgeverij Atlas)
  • 2009 – Noem mij dier (Uitgeverij Atlas)
  • 2011 – De ziel is een pannenkoek (Uitgeverij Atlas) (autobiografie in sonnetten)