Auto’s en strips: jeep

20190329JeepPenitentenstr3klein

Zoiets doet me altijd denken aan de Jeep in het album Avonturen van Robbedoes door Franquin en Jijé, waarin een Jeep een rol speelt.

Het verhaal werd kort na de Tweede Wereldoorlog gemaakt, en toen werd er overbodig geworden Amerikaans legermateriaal verkocht. Dat was het ontstaan van de “stock américain”, die je hier en daar nog vindt.

Jijé en Franquin staken er wat de draak mee, en voerden soldaten op die granaten en tanks verkochten op rommelmarkten. Het verhaal heette Robbedoes en het geprefabriceerde huis. Ook in Radar de robot dook een Jeep op.

De Jeep van de foto dateert van 1947, en is dus te jong om een achtergebleven voertuig uit WOII te zijn. Maar dat hij nu, anno 2019, nog altijd rijdt, is wonderlijk.

Advertenties

In memoriam: Maurice Rosy (1927-2013) – De man die Stomp verzon

maurice rosy, in memoriam, baard en kale, mr. stomp, jaap, robbedoes, microverhalen, bollie en billie, kwabbernoot, franquin, roba, jerry spring, yucca ranch, derib, atilla, guy bara, maw de ontdekkingsreizigerTijdens de nacht van vrijdag op zaterdag van 22-23 februari 2013 stierf de Belgische stripauteur Maurice Rosy. Hij werd geboren op 17 november 1927 en werd 85 jaar oud.
Rosy’s carrière is erg gevarieerd. Hij werd bij zo veel zaken betrokken, direct en indirect, dat het moeilijk is om het overzicht te behouden.
Hij was artistiek directeur van het weekblad Robbedoes van 1956 tot en met 1971, niet na eerst in 1955 hoofdredacteur te zijn geweest van het stripblad Sprint. Dat was een avontuur met een blad op groot formaat zoals vóór de papierschaarste van tijdens WOII, dat het echter maar negen maanden volhield. Rosy werkt ook aan de lay-out van Moustique en van Humoradio, en kreeg de officiële functie “donneur d’idées”. In 1956 werd hij tenslotte art director van Robbedoes.
In die functie introduceerde hij de microverhalen. Dat concept kwam van Delporte. De microverhalen waren een wekelijkse bijlage van één blad, waarop een volledig tekenverhaal van tientallen pagina’s stond.
De meeste van die verhalen zijn nu onbekend, maar hun historisch belang mag niet worden onderschat. Daarin verscheen het eerste volledige verhaal met de smurfen, dat later werd herwerkt tot het album “De zwarte smurfen”.
Ook Bollie en Billie werden in de microverhalen geboren. Dat gebeurde in 1959 met een scenario van Rosy en Roba, en tekeningen van Roba.
Een andere figuur die van de microverhalen doorgroeide naar het grote werk was Jaap, een gevangene in een zwart-wit gestreept pak, die voortdurend tevergeefs probeert uit te breken. De tekeningen waren van Paul Deliège, maar de scenario’s van Rosy.
Rosy schiep ook een van de bekendste gentlemen-gangsters van de strip. Hij tilde een reeks die tot dan toe wat in de marge stond, naar een dramatischer niveau: meneer Stomp (Mr. Choc) van de reeks Baard en Kale, getekend door Will.
Rosy’s flexibiliteit blijkt uit de vele tekenaars aan wie hij scenario’s bezorgde.
– Voor Franquin schreef hij de Robbedoes en Kwabbernoot-verhalen “De dictator en de paddestoel” (1953) en “Het masker der stilte” (1955).
– Voor Jijé schreef hij “Yucca Ranch” voor de reeks Jerry Spring.
– Voor Derib bedacht hij de reeks Atilla. Derib werd later de tekenaar van Buddy Longway en Yakari.
– Voor Guy Bara, toen al erg bekend voor zijn cartoonreeks Max, de ontdekkingsreiziger, schreef hij ook een scenario.
– Voor Louis Salvérius, die later De Blauwbloezen tekende.
– Voor Eddy Paape.
– Voor Ryssack.
– Voor Deliège.
Alsof dat nog niet genoeg was, werd hij ook betrokken bij de oprichting van TVA Dupuis, de animatiestudio van de uitgeverij.
Na zijn vertrek bij Robbedoes werd Rosy politiek tekenaar en reclametekenaar.

In memoriam: Eddy Paape, 3 juli 1920 – 12 mei 2012

eddy paape, luc oriënt, andreas, oom wim, robbedoes, kuifje, jijé, jan kordaat, Jean Doisy, Yvan Delporte, Jean-Michel Charlier, Vandaag is Eddy Paape overleden in Brussel.
Zijn echte naam was Edouard Paape. Hij werd geboren op 3 juli 1920 in Grivegnée, en stierf op zaterdag 12 mei 2012 in Brussel.
Paape leerde tekenen aan de Sint Lukasacademie in Brussel, waar hij ook André Franquin leerde kennen.
Daarna ging hij bij dezelfde tekenfilmstudio werken waar ook Morris en Peyo werkten: CBA. En daar haalde Paape Franquin binnen.
Franquin en Morris haalden Paape dan later bij Dupuis binnen, en toen begon zijn stripcarrière.
De start is vreemd: samen met Jijé (Joseph Gillain) werkte hij aan twee albums over… Jezus!
Toen Jijé vertrok, nam Franquin de reeks Robbedoes en Kwabbernoot over, en Paape zette Jan Kordaat verder.
Jan Kordaat was niet de enige reeks die Paape voor Dupuis deed. Hij tekende ook verhalen van Oom Wim. Met Flip Flink zette hij voor de eerste keer een reeks op. Flink was op scenario van Jean-Michel Charlier, en haalde 13 delen.
Het is opmerkelijk dat iemand met zo’n klassieke opleiding en achtergrond, uiteindelijk flink uitpakte met Luc Orient.
Niet zozeer omwille van het sciencefictionelement ervan, maar wel omdat het een heel andere beeldtaal was, dan de klassieke motieven die Paape tot dan toe had getekend.
Ondanks zijn traditionele inslag, was hij gedurende zijn hele carrière in staat om zich te ontwikkelen, waarbij hij altijd op zijn academische tekenachtergrond steunde. Hij is daardoor nooit een grote vernieuwer van de strip geweest, maar door zijn degelijke tekenwerk was hij wel altijd een belangrijke steunpilaar.
Voor Andreas-liefhebbers nog dit: Andreas werkte een korte tijd aan de reeks Luc Orient: hij werkte aan de laatste pagina van “Aambeeld van de Bliksem” (die hagedis is van Andreas), en deed ook iets voor “De Sporen van Doctor X”. Andreas deed alle potloodtekeningen van “Carol, detective”, op scenario van André-Paul Duchâteau, en die door Paape in inkt werden gezet. Hij deed ook de potloodtekeningen van “Udolfo”, die Paape vervolgens inktte.
Andere series van Paape: Yorik, Tommy Banco, Les jardins de la peur