Waarom manga?

manga, strips, stripverhaal, stripreeks, mangareeks, voordelen van mangaZe hebben me wéér eens gevraagd wat ik zie in manga.
Dat vragen altijd mensen die alleen maar zo’n boekje opendoen en er dan eens snel doorheen bladeren.
Ja, als je alleen maar door een boek bladert, kun je natuurlijk nóóit weten wat iemand eraan vindt.
De kwestie met manga is, dat je direct zo’n 200 pagina’s tegelijk krijgt. Daar is tenminste iets aan te lezen.
Ik heb dat ook gemerkt aan mijn koopgedrag met andere strips: ik heb de laatste tijd de neiging om strips per riem papier te kopen: trilogieën waarvan ik de drie delen direct tegelijk koop, of integrale uitgaven met vier, vijf of zelfs zes albums van een stripreeks samen in één band uitgegeven – maar bij voorkeur als het reeksen zijn die vanaf het begin werden opgezet als één lang verhaal dat in meerdere albums is opgedeeld, zoals Spoorloos, Betelgeuze, Kenya, of de drie delen van Het Geheim van De Zwaardvis van Blake & Mortimer. Of De Incal van Moebius. En natuurlijk de hele Rork van Andreas, zijn Arq en zijn Capricornus.
De gewone strip van 44, 52 of 60 pagina’s is me gewoon te kort. Je bent er in een wip doorheen.
Maar een mánga… daar heb je wat aan te lezen!
En bovendien is één deel vaak meer een stuk van verhaal dat eigenlijk als feuilleton wordt gepubliceerd, waarbij elk deel slechts een aflevering is.
Wie echt graag strips leest, valt vroeg of laat voor manga.

Mangaheuvel positief over Bleach

mangaheuvel

Bleach10

Vertaalbureau Motte werkt ook mee aan manga-series van uitgeverij Kana.

En blijkbaar kunnen zij daar goed mee overweg.

Op het forum Mangaheuvel volgt Koen nauwgezet de uitgaven van Kana, en hij let op elk detail van de uitgaven.

Over Bleach 10 schreef hij:
“Kana levert wederom een foutloos boekje af.”

Het is trouwens niet de eerste keer dat Koen zich positief uitlaat over de series waaraan Vertaalbureau Motte meewerkt. Hij deed dat ook al over Shaman King en Death Note.

Het bureau is er erg mee opgezet dat Koen zoiets kan melden, want ze vinden het altijd prettig om zoiets eens te horen van de klanten van de klant, “want het is uiteindelijk hun mening die telt”.

Roger Leloup: Le pic des ténèbres

le pic des ténèbres

Roger Leloup, stripauteur van de reeks “Yoko Tsuno”, heeft zich aan twee jeugdromans gewaad: “L’écume de l’aube” (vertaald als “De parel van de dageraad”) en “Le pic des ténèbres” (niet vertaald in het Nederlands).

Volgens de blog Les billets de Yoko Tsuno waren er op 9 mei 2009 bij uitgeverij Casterman nog 8.500 (!) exemplaren verkrijgbaar van “L’écume de l’aube” en 750 van “Le pic des ténèbres”.

Aangezien “L’écume de l’aube” iets later verschenen was dan “Le pic des ténèbres”, was dat onrustwekkend: waren de kopers van “Le pic des ténèbres” teleurgesteld en bleef daardoor “L’écume de l’aube” onverkocht in de magazijnen liggen?

“L’écume de l’aube” had ik in de Nederlandse versie, “De parel van de dageraad”, al op mijn planken staan. Het was een beetje een ongewoon Yoko-Tsuno-verhaal: het had wel het sentiment, maar de techniek bleef achterwege, en Yoko Tsuno is toch in de eerste plaats een sciencefictionserie.

Maar aangezien “Le pic des ténèbres” het enige Roger-Leloup-boek was dat in mijn bibliotheek ontbrak, en het wel eens aardig kon zijn om te weten wat hij er als romanschrijver van bakte, deed het me dan ook plezier op Les billets de Yoko Tsuno te lezen dat er nog exemplaren verkrijgbaar waren. Dus ging er al snel een bestelmailtje naar de boekhandel.

op 1 juli 2009 had ik het blokje papier eindelijk in handen, maar andere zaken kregen voorrang, zodat het tot de elfde duurde voor ik het kon aansnijden. Na enkele onderbrekingen door dringende bezigheden in andere universa, sloot ik op 28 augustus 2009 het boek. En wist ik eindelijk wat ik ervan kon denken.

Waarom heeft het boek zo slecht verkocht dat van een druk in oktober 1993 er in mei 2009 nog meer dan zevenhonderd exemplaren verkrijgbaar zijn?

Het scenario? Dat zou onwaarschijnlijk zijn. Er zijn nooit klachten geweest over de scenario’s van Roger Leloup voor de serie “Yoko Tsuno”. Alleen van “De tijdspiraal” vonden sommigen dat de verklaring van het tijdreismechanisme te ingewikkeld was. Met dat album leverde Leloup zijn “Het gele teken” af, waarvan ook wel eens wordt gezegd dat de uitleg over de omega-straal te vergezocht en te ingewikkeld is – maar dat tegelijk toch bij de beste albums uit de reeks “Blake & Mortimer” wordt gerekend.

De prijs? Zeker niet: voor ongeveer tien euro zo’n driehonderd bladzijden is zeker niet duur.

De afwerking? Technisch mankeert er niets aan de uitgave.

Maar dan, aha, komt het belangrijkste: is het eigenlijk wel goed geschreven? Kan een stripauteur, die verhalen in beelden verteld, wel de overstap maken van louter dialogen op poten zetten naar de hele reutemeteut in woorden vertellen?

Dat is eigenlijk het belangrijkste probleem bij het boek, en het enige wat wij zien waarin Leloup zou hebben kunnen falen.

Maar dat heeft hij niet: het boek leest vlot. Zelfs een Nederlandstalige zoals ik heeft er geen noemenswaardige moeite mee. Oké, mijn woordenschat schoot soms wat te kort, maar Leloup heeft zeker geen ondoorgrondelijke zinnen geschreven. Het is tenslotte bedoeld als jeugdroman.

Het is geen kinderboek. “L’écume de l’aube” is dat min of meer wel. “Le pic des ténèbres” is voor tieners.

Meer dan driehonderd pagina’s goed afwerken is geen sinecure, maar Leloup is erin geslaagd om het hele boek door het goede evenwicht te vinden tussen wat wel en niet mag worden gezegd, wat al mag worden onthuld en wat nog geheim moet blijven, wat wel nodig is als stoffering van het verhaal en wat daarvoor overbodig is, welke stijlelementen wel en welke niet passen, welke woordenschat wel en welke niet past… Iedereen kan wel eens gedurende een bladzijde of tien op het slappe koord wandelen dat het evernwicht van een verhaal is, maar die stunt meer dan driehonderd pagina’s volhouden, is niet iedereen gegeven.

Als het ding niet goed heeft verkocht, dan is het waarschijnlijk omdat nogal wat mensen niet zullen hebben aanvaard dat een goede stripauteur ook een goede romanauteur kan zijn. Niet alleen hebben ze zich vergist wat Leloup betreft, maar ook wat stripauteurs in het algemeen betreft. Ze onderschatten de mogelijkheden waarover de stripauteur moet beschikken om vloeiende dialogen te schrijven die passen bij de personages. Ze vergissen zich als ze denken dat een strip weinig tekst bevat. Ze zien over het hoofd dat de auteur de beknopte maar noodzakelijke tekst moet kiezen voor de tekstvakjes. Al bij al moet een stripauteur toch behoorlijk wat literaire kunststukjes onder de knie hebben.

Misschien dachten ze dat een jeugdroman door Leloup gewoon niet erg op zijn strips zou lijken? Maar ook dat klopt niet: “Le pic des ténèbres” is herkenbaar Leloup. Thematisch is er het mengsel van sentiment en techniek. De belangrijkste personages in “Le pic des ténèbres” zijn jonge vrouwen. Het verhaal bevat sciencefiction en Middeleeuwse elementen, waardoor Leloup mengt wat hij ook al in Yoko Tsuno samenbracht, zoals in “De alchimist van Brugge”. Er zit een personage in, Agnès, dat erg lijkt op Poky. Ze komen zelfs op min of meer dezelfde manier met Agnès in contact als met Poky, en ook Agnès leidt de hoofdpersonen (Tyo en Ambre) langs onopvallende tunnels naar de bron van het probleem. En al zijn er geen tekeningen, toch is duidelijk dat het design van de androïden en apparaten dezelfde is als in Yoko Tsuno.

In 1990 kreeg Roger Leloup voor “Le pic des ténèbres” de “Grand Prix de la Science Fiction Française” in de jeugdcategorie, een prijs die hij zeker verdiende. Maar net zoals het publiek wel eens wantrouwig is tegenover zangers die acteur worden, of acteurs die zanger worden, is het dat blijkbaar ook tegenover stripauteurs die romanauteur worden, en dat is in het geval van Roger Leloup duidelijk onverdiend.

Tentoonstelling: Buth: Thomas Pips in de Tour

BUTH_KIJK

  • Wat? Tentoonstelling: Thomas Pips in de Tour
  • Waar? Wielermusuem, Polenplein 15, Roeselare, België
  • Wanneer? Van 9 mei tot 5 september 2009
  • Prijs? Volwassenen: 5 euro; jonger dan 12 jaar: gratis, 12-26 jaar: 1 euro, Vrienden van het museum: gratis, Andersvaliden: gratis (hier meer prijscategorieën)
  • Groepen: Min. 15 en max. 25 pers. per gids, duur bezoek: 1 uur, info via wielermuseum@roeselare.be of +32-(0)51-26.87.40
  • E-mail: wielermuseum@roeselare.be
  • Inhoud: Uitzonderlijk is niet dat hier zo veel cartoons over Thomas Pips in de Ronde van Frankrijk te zien zijn, maar wel dat ze ingekleud zijn. Er zijn meer dan 40 ingekleurde en uitvergrote cartoons, en een aantal authentieke Speciale edities van Het Volk. De legendarische stripfiguur Thomas Pips verscheen meer dan 40 jaar lang in ‘Het Volk’, en duikt nog elk jaar tijdens de Ronde in het Nieuwsblad op.

Recensie: De eerste mens op de Maan, door Rod Pyle

Apollo_11_1e_voetafdrukrecensent: Peter Motte

onder auspiciën van De voormalige Tijdlijn en Vertaalbureau Motte

Zowat 40 jaar geleden, op 20 juli 1969 (volgens de Europese tijdrekening), landde de eerste mens op de Maan. Een gebeurtenis die mag worden herdacht, en nu verschijnen er dan ook boeken en dvd’s, en wordt er extra aandacht aan besteed door websites, kranten, tijdschriften, en radio- en tv-zenders.

Een van de boeken is “De eerste mens op de Maan” door Rod Pyle.De titel is misleidend: het wekt de indruk dat het een biografie van Neil Armstrong is, maar uiteindelijk handelen maar acht pagina’s van de 60 over de eerste maanvlucht! Stomme titel, vooral omdat de veel bredere stof van het boek meer mensen zal aantrekken. De oorspronkelijke titel was “Missions to the Moon”. Er heeft dus iemand een slechte beslissing genomen.

Het boek zelfs is prachtig uitgevoerd: in kleur, met foto’s en tekeningen, met tamelijk beknopte en to-the-point-hoofdstukken over de verschillende etappen naar de Maan, op de Maan, en de periode na de vluchten van de Apollo – want ook de latere gebeurtenissen en de voorbereidingen voor de nieuwe bemande maanreizen komen aan bod.

Het geheel werd uitgebreid met geslaagde reproducties van oorspronkelijke documenten, zoals een weergave van de handgeschreven notities van vluchtleiders tijdens de rampzalige vlucht van Apollo 13, toen er een explosie aan boord was. De uitgave toont documenten die zelden en soms zelfs nooit eerder openbaar werden verspreid, en dat is dan ook het sterkste punt ervan.

Ze bevat zelfs een reproductie van een brief waarin wordt gesteld dat volgens getuigenissen Wernher von Braun een gevaarlijke nazi was.Von Braun was de man die aan de wieg stond van de Saturnus V, de meer dan honderd meter hoge raket waarmee de Apollo-capsule met drie bemanningsleden naar de Maan werd gelanceerd. Von Braun had ook andere Amerikaanse raketten ontworpen, die bijna allemaal afgeleid waren van de V2.

Het boek stelt dat de V2 Von Brauns tweede V-ontwerp was, en de eerste de V1: een met een straalmotor aangedreven onbemand vliegtuigje dat een springlading over grote afstand kon vervoeren, en dat dan ook deed: gedurende de Tweede Wereldoorlog in opdracht van Adolf Hitler. Maar Von Braun heeft de V1 niet ontworpen.

De V2 was een echte raket. Hij kon ook verder vliegen en een zwaardere lading vervoeren. Er stierven 7200 mensen bij de explosies die de V2’s bij inslagen veroorzaakten. Er stierven trouwens minstens 20.000 mensen bij de bouw ervan! Allemaal slaven, Joden, Polen en andere gevangen, die door de SS en andere afdelingen van het Nazi-rijk tot de dood werden afgebeuld om de onderaardse fabrieken, opslagruimten, laboratoria, verblijven en controlekamers te bouwen waarin de V1’s en V2’s werden geboren. Von Braun was lid van de SS.

Omwille van zijn oorlogsverleden wilden de Amerikanen aanvankelijk Von Braun niet inzetten in de ruimtewedloop. Het was pas toen de Russen te veel voorsprong dreigden te krijgen, dat Von Braun en andere Duitse raketgeleerden aan het werk werden gezet.

Raketten werden tijdens WOII en daarna ontwikkeld om bommen over grote afstand te transporteren. De V1 en V2 zijn de voorouders van de huidige kruisraketten en ICBM’s. Al op het einde van de jaren 40 was de bedoeling om transportmiddelen te ontwikkelen waarmee over grote afstanden atoombommen konden worden vervoerd.

Daardoor ontstonden langeafstandsbommenwerpers en stealthbommnwerpers, maar raketten hadden enkele voordelen: om te beginnen was je niet in de buurt als dat ding op zijn doel explodeerde. Ten tweede konden ze veel sneller vliegen en waren ze daardoor moeilijker te onderscheppen. Dat je er geen piloot voor nodig had, leverde ook enkele voordelen op: je kon geen tekort aan piloten hebben, en niemand hoefde na het einde van de missie terug te keren. Doordat er geen piloot was, kon je die tuigen ook lichter houden.

Een van de nadelen was dat niemand aan boord de koers kon controleren, dus moest je meer op automatische systemen mogen vertrouwen.

Vandaar het grote belang van de ruimterace: er werden automatische vluchtleidingssystemen en raketten ontwikkeld die voldoende gewicht precies tot op de juiste plek konden brengen.

De inspanningen van Von Braun voor die wapens begon al voor de Tweede Wereldoorlog. Eerst werd hij lid van de nazi-partij, en daarna zelfs van de SS. In dit boek, “De eerste mens op de Maan” van Rod Pyle, wordt er wel een beetje gemakkelijk over dat aspect van Von Braun heen gefietst. Nogal wat Duitsers zegden na WOII dat ze niet wisten wat er in de concentratiekampen gebeurde, en nogal wat Duitsers zullen daarin gelijk hebben gehad. Je kwam tenslotte niet om de vijf kilometer zo’n kamp tegen.

Maar dat Von Braun van niets wist, kan niet. Hij zat er met zijn neus bovenop. Er zijn 20.000 mensen gestorven door het werk om zijn raketten te bouwen. En hij zou niets hebben gemerkt? Dat lijkt me sterk.

Al in de jaren zestig werd Von Brauns rol als SS-officier geminimaliseerd, want dat pastte niet in de propagandaslag die de race naar de Maan was. “De eerste mens op de Maan” neemt die houding gewoon over.

De eerste mens op de Maan, Rod Pyle, 2009, Utrecht, Kosmos Uitgevers bv, oorspronkelijk: “Missions to the Moon”, vertaling: Jos Oomens, geïllustreerd in kleur met reproducties van historische documenten als bijlagen, index, bronvermelding van bijlagen en illustraties, en vertaling van de bijgevoegde reproductie van een Russische krantenknipsel, gebonden, oblong, geleved in een casettet met kleurenopdrukken, afmetingen boek: 26,5 x 31 x 3,2 cm, 60 p’s, afmetingen casette: 28 x 31 x 3,5; ISBN 978-90-215-4254-6.
Prijs: 39,95 euro

Recensie: Alle hens aan dek, door Bette Westera (tekst) en Barbara de Wolf (tekeningen) samen met Frank Groothof (luisterboek)

alle hens aan dekrecensent: Peter Motte

onder auspiciën van De voormalige Tijdlijn en Vertaalbureau Motte

Deze keer eens geen stripboek, maar iets voor de kleintjes.

“Alle hens aan dek” is eigenlijk een luisterboek waar een gedrukte tekst wordt bijgegeven, in plaats van een boek waar ook nog cd’s worden bijgegeven.

Frank Groothof kan de tekst van auteur Bette Westera levendig voordragen, en het is dan ook duidelijk dat het boek bedoeld is om te worden voorgedragen, en niet om te worden gelezen.

Beginnende lezertjes kunnen de cd opzetten, er het boek bij pakken, en de tekst in het boek meevolgen terwijl ze wordt opgelezen. Hun leesvermogen zal er zeker door toenemen.

Mijn bezwaar het boek zelf is dat de tekst misschien wat té eenvoudig is gehouden.

Om het boek vlot leesbaar te houden voor de jongste lezers, werden ingewikkelde zinnen en moeilijke woordenschat vermeden.

Op zich is dat wel een goed idee, maar sommige ideeën vragen nu eenmaal wat moeilijker zinnen met bijstellingen of bijzinnen.

Als er te veel wordt gesteund op enkelvoudige zinnen met eenvoudige substantiefgroepen, kan dat evengoed moeilijk leesbaar worden als een tekst met ingewikkelde, lange zinnen. Het verhaal loopt dan immers niet zo goed van de ene zin in de andere door. De flux wordt gehinderd.

Bijvoorbeeld:
Het laddertje wiebelt.
De vloer ook.
De hele kooi wiebelt.
(p. 28).

Is dat echt zo veel gemakkelijker dan:
Het laddertje en de vloer wiebelen.
De hele kooi wiebelt.

En is die variant nu echt te verkiezen boven:
Het laddertje en de vloer wiebelen.
De hele kooi rammelt.

Ik heb dus echt wel mijn twijfels over de rigoreuze manier waarop enkele teksttheorieën hier werden doorgevoerd.

De eenvoudigste variant offert vlotte leesbaarheid op aan eenvoudige zinnetjes, en gooit daardoor een soepel ritme aan de kant voor een hortend staccato.

Dat is niet alleen eufonisch soms een probleem, maar uit onderzoek blijkt dat eenvoudige zinnen niet altijd leiden tot een gemakkelijk begrijpelijke tekst.

Onder andere voor het beroeps- en technisch onderwijs werd gekozen voor handboeken in eenvoudiger Nederlands, en achteraf bleken de leerlingen daar meer moeite mee te hebben dan met de ingewikkelder taal van de oudere handboeken.

Nogal wiedes: alle expliciete relatieaanduidende woorden, in het bijzonder voegwoorden zoals “want”, “daardoor” en dergelijke, werden immers geschrapt.

Je hoeft geen genie te zijn om te weten dat zoiets problemen oplevert, maar spijtig genoeg zijn er tegenwoordig nogal wat redacteurs die de theorie slaafs navolgen.

Ook deze uitgave voor beginnende lezers zou daar wel eens problemen mee kunnen hebben.

Maar laat dat de pret niet drukken: als luisterboek voldoet de uitgave uitstekend, en de geïllustreerde, gedrukte tekst biedt beginnende lezertjes de kans om hun leesvaardigheid te verscherpen.

“Alle hens aan dek”, tekst: Bette Westera, tekeningen: Barbara de Wolf, luisterboek: Frank Groothof, 2009, Uitgeverij De Fontein, gebonden, geïllustreerd, met 2 cd’s met luisterboek, 25 x 17,7 x 1,5 cm, 96 p’s, ISBN 978-90-261-21-6116
Prijs: 15,95 euro