Ezzulia leesuitdaging juli 2020

boekenkast-510x383-1

Een nieuwe maand, een nieuwe uitdaging.

Deze keer organiseert Lien van Ezzulia de uitdaging aan de leden.

De opdracht: lees 3 boeken van dezelfde auteur.

Of: het ideale moment om je favoriete auteur te promoten!

Aangezien schrijvers maar heel weinig verdienen per verkocht boek, verdienen je favorieten echt wel wat steun.

Meer info.

En, zoals altijd:

Registratie:  gratis

Deelname: gratis

De gelezen boeken van de vorige uitdaging:

  1. Neil Gaiman – Stardust
  2. Sarah Micklem – Gift van het woud
  3. Stephen King – Tweeduister
  4. Frank Roger: Spoorloos
  5. Anne Jacobs – De erfenis van het weesmeisje
  6. Stephen King – Vier seizoenen
  7. Stephen King – Harten van Atlantis
  8. Urb. van de Voorde – Vorm en geest
  9. Paul Harlandprijs 2003 – Bundel
  10. Preston & Child: Dichtregels van de doden
  11. JD Barker – Vergeef me
  12. Chris McGeorge – Kiekeboe
  13. James Herbert – Tentakels van het kwaad
  14. Daniel Cole – Marionet
  15. Suzanne van der Laan – Als liefde het enige medicijn

Meer dan 10 000 bezoekers!

220px-Rork_promo

Het stelt niets voor in vergelijking met wat andere blogs bereiken, maar toen wij begonnen aan onze stripblog die vooral het werk van Andreas wil tonen, hadden we nooit verwacht 10.000 bezoeken te krijgen!

Met dank aan iedereen die de blog bezocht, en ook aan al wie de blog heeft gedeeld. Zonder het delen zou het ons nooit lukken om de strips van Andreas bij anderen bekend te maken.

Ezzulia-leesuitdaging juni 2020

Deze maand houden ze het bij Ezzulia ( http://www.ezzulia.nl/forum/)

eenvoudig:

Lees waar je zin in hebt, dus alles mag deze maand.

En zoals altijd zijn strips mogelijk, al is dat niet expliciet gezegd.

In mei 2020 was het thema “vrijheid”, naar aanleiding van de 75e verjaardat van de bevrijding in mei 1945.

Het boek hoefde niet per se over WOII te gaan. Het mocht ook vrijheid na een andere oorlog zijn, mensen die uit een sekte zijn gestapt of wat je nog meer kon verzinnen. Zolang de vrijheid maar centraal stond.

De gelezen boeken:

  1. Stan Lauryssens – Adolf Eichmann
  2. Natascha Kampusch – De diefstal van mijn jeugd
  3. Julie Klassen – De brug naar het eiland
  4. Sanne Rooseboom – Het ministerie van oplossingen en het veel te volle huis
  5. Sanne Rooseboom – Jippie en de onderwaterpiraten
  6. Mary Chamberlain – De kleermaakster van Dachau
  7. Sanne Rooseboom – Jippie en de ridders van Hak
  8. Adam Hochschild – De geest van Koning Leopold II
  9. Cordwainer Smith – Norstrilia
  10. Brenda Novak – Kijk nooit om
  11. Frank Krake – De laatste getuige
  12. Tilar Mazzeo – Irena’s kinderen

Om mee te doen moet je alleen maar lid zijn van Ezzulia, en dat is gratis.

Voor meer informatie

Inschrijven op Ezzulia

Hier staan alle artikelen over de challenge

Hier staan de regels en de lijsten

Deze dode morgen: “Het verhaal van de Goscinny’s” door Catel

Verhaal-Goscinnys-1

Het verhaal van de Goscinny’s, door Catel

Bespreking: Peter Motte

“Het verhaal van de Goscinny’s” is geen roman of prozatekst, maar een stripalbum. Van 346 p’s.

Zoiets heet een “graphic novel”, al hou ik niet van die term. Hij is overgewaaid uit de VS, waar ze zich wilden onderscheiden van de “comics”, die doorgaans superheldenverhalen zijn, van de krantenstrips, die doorgaans grappen-in-een-strookje zijn, van de Walt Disney-strips, die je wel kent, en ook een beetje van de underground strips, al is de graphic novel eigenlijk uit de underground voortgekomen.

In Europa vind ik de term eigenlijk overbodig, omdat onze strips nooit zo sterk gesegmenteerd en gepolariseerd werden, en de standaard strips evengoed avonturenverhalen als biografieën konden bevatten. En al leek de lengte gestandaardiseerd op 44 p’s (Dupuis) of 64 p’s (Casterman), toch was dat nooit echt het geval, en waren er zowel kortere als langere verhalen.

Catels tekenstijl spreek me ook niet erg aan, maar ik loop er ook niet gillend van weg. Dat is een stukje een kwestie van smaak, maar de tekenaar lijkt hem nog niet helemaal te beheersen.. Al zal dat wel nog komen.

Die tekenstijl is echter geen reden om het boek aan de kant te leggen. Goscinny staat met enkele anderen aan de basis van het huidige beeldverhaal. Zijn bekendste scenario’s schrijf hij voor “Lucky Luke” en “Asterix”, maar hij werkte voor vele tientallen strips, waarvan de meeste vergeten zijn. Enkele worden nog herdrukt, zoals “Hoempa Pa”.

Goscinny deed dat flink hard door te werken. Soms sliep hij maar een uur of vier per nacht. Hij tekende aanvankelijk ook, maar alhoewel zijn portretten erg geslaagd zijn, hield hij minder van ingewikkelde decors. Twee goed geportretteerde pratende koppen tegenover elkaar zetten, was één ding, maar ze op een marktplein zetten, was nog wat anders. Decors waren echt niet zijn dada, en daardoor schoot hij als striptekenaar tekort.

Gelukkig zijn er ook tekenaars die graag gedetailleerde decors tekenen, maar minder goed zijn in plots en grappen bedenken, en om een of andere reden kon Goscinny die aan de lopende band uit zijn mouw schudden.

Dat talent werd opgemerkt, en hij werd door meerdere mensen gevraagd voor scenario’s. Dat was zijn redding qua inkomen, want dat viel een tijd flink tegen.

In “Het verhaal van de Goscinny’s” gaat het niet alleen over de René, maar ook over andere leden van de familie. Hij was een jood die tijdens WOII in Argentinië zat, maar de rest van de familie was in Europa. Zowat zijn hele familie en die van zijn vrouw stierf tijdens WOII. Het is dus een biografie waar meer aan vasthangt dan lollige plaatjes tekenen.

Verder passeert zowat het hele fundament van de Europese en zelfs stukken van de Amerikaanse stripscène de revue.

Goscinny werkte mee aan de oprichting van het cartoonblad “Mad”, dat ook al sterk afweek van wat doorgaans als strips werd beschouwd. Veel mensen worstelden met het feit dat strips werden beschouwd als iets voor kinderen. Hij had daar geen problemen mee, maar het maakte het leven voor hem moeilijker. “Mad” paste ook niet helemaal in het rijtje kinderliteratuur.

Goscinny leerde de mensen van “Mad” kennen toen hij in de VS was om werk te vinden als striptekenaar. Hij leerde daar ook Franquin, Jijé en Moris kennen, die er om dezelfde reden waren.

Maar al die Europeanen zijn uiteindelijk teruggekeerd naar de heimat, en bouwden hier een indrukwekkende carrière uit, in bladen zoals “Spirou/Robbedoes”, “Tintin/Kuifje” en “Pilote”.

Catel selecteerde voor “Het verhaal van de Goscinny’s” ook veel tekeningen en vroege stripverhaaltjes van René, zodat we een goed beeld krijgen van zijn tekentalent. Voor de biografische inhoud is ze ten dele dank verschuldigd aan zijn dochter, die pas 9 was toen René stierf.

Voor wie door een flinke avond lezen meer wil weten over een belangrijk stuk geschiedenis van het stripverhaal, is “Het verhaal van de Goscinny’s” een goede keuze. En wie gewoon van strips of geschiedenis houdt, komt ook aan zijn trekken.

 

“Het verhaal van de Goscinny’s. De geboorte van een Galliër”, Catel, 2020, Amsterdam, De Geus, stripalbum, met steunkleur, met bibliografie, vertaling: Toon Dohmen, oorspr. “Le roman des Goscinny, naissance d’un Gaulois”, 2019, paperback, 342 p’s, 22x16x2,5 cm, isbn 978-90-445-4278-3, nieuwprijs: 25 euro

Bij ons te koop voor 20 euro excl verzendkosten, verpakking inbegrepen, afhalen mogelijk