Deze dode morgen: “Het verhaal van de Goscinny’s” door Catel

Verhaal-Goscinnys-1

Het verhaal van de Goscinny’s, door Catel

Bespreking: Peter Motte

“Het verhaal van de Goscinny’s” is geen roman of prozatekst, maar een stripalbum. Van 346 p’s.

Zoiets heet een “graphic novel”, al hou ik niet van die term. Hij is overgewaaid uit de VS, waar ze zich wilden onderscheiden van de “comics”, die doorgaans superheldenverhalen zijn, van de krantenstrips, die doorgaans grappen-in-een-strookje zijn, van de Walt Disney-strips, die je wel kent, en ook een beetje van de underground strips, al is de graphic novel eigenlijk uit de underground voortgekomen.

In Europa vind ik de term eigenlijk overbodig, omdat onze strips nooit zo sterk gesegmenteerd en gepolariseerd werden, en de standaard strips evengoed avonturenverhalen als biografieën konden bevatten. En al leek de lengte gestandaardiseerd op 44 p’s (Dupuis) of 64 p’s (Casterman), toch was dat nooit echt het geval, en waren er zowel kortere als langere verhalen.

Catels tekenstijl spreek me ook niet erg aan, maar ik loop er ook niet gillend van weg. Dat is een stukje een kwestie van smaak, maar de tekenaar lijkt hem nog niet helemaal te beheersen.. Al zal dat wel nog komen.

Die tekenstijl is echter geen reden om het boek aan de kant te leggen. Goscinny staat met enkele anderen aan de basis van het huidige beeldverhaal. Zijn bekendste scenario’s schrijf hij voor “Lucky Luke” en “Asterix”, maar hij werkte voor vele tientallen strips, waarvan de meeste vergeten zijn. Enkele worden nog herdrukt, zoals “Hoempa Pa”.

Goscinny deed dat flink hard door te werken. Soms sliep hij maar een uur of vier per nacht. Hij tekende aanvankelijk ook, maar alhoewel zijn portretten erg geslaagd zijn, hield hij minder van ingewikkelde decors. Twee goed geportretteerde pratende koppen tegenover elkaar zetten, was één ding, maar ze op een marktplein zetten, was nog wat anders. Decors waren echt niet zijn dada, en daardoor schoot hij als striptekenaar tekort.

Gelukkig zijn er ook tekenaars die graag gedetailleerde decors tekenen, maar minder goed zijn in plots en grappen bedenken, en om een of andere reden kon Goscinny die aan de lopende band uit zijn mouw schudden.

Dat talent werd opgemerkt, en hij werd door meerdere mensen gevraagd voor scenario’s. Dat was zijn redding qua inkomen, want dat viel een tijd flink tegen.

In “Het verhaal van de Goscinny’s” gaat het niet alleen over de René, maar ook over andere leden van de familie. Hij was een jood die tijdens WOII in Argentinië zat, maar de rest van de familie was in Europa. Zowat zijn hele familie en die van zijn vrouw stierf tijdens WOII. Het is dus een biografie waar meer aan vasthangt dan lollige plaatjes tekenen.

Verder passeert zowat het hele fundament van de Europese en zelfs stukken van de Amerikaanse stripscène de revue.

Goscinny werkte mee aan de oprichting van het cartoonblad “Mad”, dat ook al sterk afweek van wat doorgaans als strips werd beschouwd. Veel mensen worstelden met het feit dat strips werden beschouwd als iets voor kinderen. Hij had daar geen problemen mee, maar het maakte het leven voor hem moeilijker. “Mad” paste ook niet helemaal in het rijtje kinderliteratuur.

Goscinny leerde de mensen van “Mad” kennen toen hij in de VS was om werk te vinden als striptekenaar. Hij leerde daar ook Franquin, Jijé en Moris kennen, die er om dezelfde reden waren.

Maar al die Europeanen zijn uiteindelijk teruggekeerd naar de heimat, en bouwden hier een indrukwekkende carrière uit, in bladen zoals “Spirou/Robbedoes”, “Tintin/Kuifje” en “Pilote”.

Catel selecteerde voor “Het verhaal van de Goscinny’s” ook veel tekeningen en vroege stripverhaaltjes van René, zodat we een goed beeld krijgen van zijn tekentalent. Voor de biografische inhoud is ze ten dele dank verschuldigd aan zijn dochter, die pas 9 was toen René stierf.

Voor wie door een flinke avond lezen meer wil weten over een belangrijk stuk geschiedenis van het stripverhaal, is “Het verhaal van de Goscinny’s” een goede keuze. En wie gewoon van strips of geschiedenis houdt, komt ook aan zijn trekken.

 

“Het verhaal van de Goscinny’s. De geboorte van een Galliër”, Catel, 2020, Amsterdam, De Geus, stripalbum, met steunkleur, met bibliografie, vertaling: Toon Dohmen, oorspr. “Le roman des Goscinny, naissance d’un Gaulois”, 2019, paperback, 342 p’s, 22x16x2,5 cm, isbn 978-90-445-4278-3, nieuwprijs: 25 euro

Bij ons te koop voor 20 euro excl verzendkosten, verpakking inbegrepen, afhalen mogelijk

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.