Arq 11: Zwarte meester (2)

arq 11 maitre noirEindelijk Arq 11: Zwarte meester ontvangen en gelezen.

Een recensent schreef dat Andreas niet meer verrast, maar na Arq 11 vraag ik me af waarom hij dat schreef. Het idee om het album in te delen in scènes, waarbij elke scène precies 1 pagina lang is (behalve de centrale scène, die 2 p’s telt), is niet alleen goed, maar het is bovendien ook heel moeilijk uit te voeren.

Hier bewijst hij niet alleen zijn grafische meersterschap, maar ook zijn meesterschap als stripscenarist: als je het eerste vakje van een plaat ziet, weet je direct over welke personages het gaat en in welke situatie ze zitten. Als je aan het einde van de pagina komt, is de scène duidelijk afgesloten maar wil je tegelijk ook verder lezen.

Hoogstwaarschijnlijk is deze Arq 11 het voorlaatste deel van de 2e cyclus. Dat kun je niet alleen besluiten op basis van het nummer van het album (6 dln/cyclus), maar het voelt ook duidelijk aan dat de verhaallijn naar een apotheose voert.

“Arq 11: Zwarte meester”, Andreas, 2008, Sherpa, gekleurd, gebonden, oorspronkelijk: “Arq 11: Maître noir”, vertaling: Mat Schifferstein, 46 p’s, 29,8 x 25 x 1 cm, ISBN 987-90-75504-97-2
Prijs: circa 15 euro

2 gedachten over “Arq 11: Zwarte meester (2)

  1. Eindelijk zowel de volledige uitgave van “Cromwell Stone” te pakken gekregen, als “Arq 11: Zwarte meester”.
    “Arq 11” heb ik pas uit. Sommige recensenten beweerden onlangs dat Andreas niet meer verrast zoals vroeger, maar ik na “Zwarte Meester” vraag ik met toch af waar ze dat halen. Volgens mij hebben ze de jongste albums van Andreas wat te oppervlakkig gelezen, en hebben ze vooral te veel gezocht naar de kenmerken waarmee Andreas zich in zijn beginperiode onderscheidde.
    Wie dat doet, ziet niet de vernieuwende elementen. Andreas richt zich tegenwoordig meer op het scenario dan vroeger. We moeten immers toegeven dat in de 1e twee albums van Rork de verhaaltjes nogal mager waren.
    Sinds de jongere albums van Capricornus (eigenlijk sinds “De chinezen”) bouwt Andreas zijn verhalen meer op rond de interacties tussen de personages op basis van hun karakters. In Rork was het meer op basis van de buitenissige gebeurtenissen, en in albums zoals “De grot der herinnering” en “De rode driehoek” was het meer op basis van de ingewikkelde verhaalstructuur.
    In zekere zin heeft hij de buitenissige gebeurtenissen evenmin als de ingewikkelde verhaalstructuur verlaten, maar hij heeft er wel de karakters van de personages aan toegevoegd. Daardoor krijgen de verhalen een klassieker karakter, omdat de lezer in de karakters de realistischer beweegredenen van mensen kan herkennen.
    Want als een auteur zijn personages reële menselijke motieven geeft, dan worden die erg herkenbaar, realistischer, en daardoor “klassieker”. Een mooi voorbeeld daarvan is “Quintos”.

    Like

Reacties zijn gesloten.